Uitgangspunten voor duurzame en gezonde voeding volgens FAO en WHO

Een  groot deel van de wereldbevolking heeft geen toegang tot veilige, betaalbare en/of gezonde voeding. Op dit moment heeft één op de drie mensen wereldwijd ten minste één vorm of symptoom van onder- of overvoeding, zo blijkt uit het rapport ‘Sustainable healthy diets – guiding principles’ van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Voorbeelden hiervan zijn acute- of chronische ondervoeding, honger, een tekort aan micronutriënten en overgewicht of obesitas. Hoewel de oorzaken van onder- en overvoeding complex zijn, zijn ongezonde voedingspatronen de hoofdoorzaak. Het veranderen van voedingspatronen is echter ingewikkeld, omdat verschillende factoren hierbij een rol spelen: verstedelijking, globalisering van landbouwmarkten en handel, inkomens, marktpenetratie door supermarkten en voedselmarketing. Om voedingspatronen te verbeteren moet dus het hele voedselsysteem aangepakt worden.

Uitgangspunten voor duurzame en gezonde voeding volgens FAO en WHOTegelijkertijd zijn voedselsystemen een belangrijke oorzaak van milieuaantasting en uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Op dit moment zijn voedselsystemen verantwoordelijk voor 20-35% van de broeikasgasuitstoot en dragen ze in sterke mate bij aan landconversie, ontbossing en verlies van biodiversiteit. Met een toenemende wereldbevolking zijn de huidige voedselsystemen door deze belasting op het milieu niet langer houdbaar. In een recent rapport van de ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’ wordt onderkend dat de ‘consumptie van gezonde en duurzame voeding grote kansen biedt voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door voedselsystemen en de verbetering van de gezondheid’. Het combineren van gezonde en duurzame voeding levert dus een win-winsituatie op.

Afgelopen jaar organiseerden de FAO en de WHO een internationale bijeenkomst over duurzame en gezonde voeding, waarbij drieëndertig experts uit lage-, midden- en hoge-inkomenslanden aanwezig waren. Het doel van de bijeenkomst was om uitgangspunten te formuleren van duurzame en gezonde voeding. De uitgangspunten houden rekening met voedingsaanbevelingen en ecologische-, sociale/culturele- en economische duurzaamheid.

Uitgangspunten voor duurzame en gezonde voeding

Duurzame en gezonde voeding …

  1. Start al in de eerste levensfase door kinderen uitsluitend borstvoeding te geven in de eerste zes maanden. Hiermee moet worden doorgegaan tot het kind twee jaar is – en liefst nog langer – in combinatie met geschikte, aanvullende voeding.
  2. Bestaat uit een gevarieerd en evenwichtig patroon van onbewerkte of minimaal bewerkte voedingsmiddelen. De consumptie van sterk bewerkte voedingsmiddelen en drinkproducten moet zoveel mogelijk beperkt worden.
  3. Bevat volkorenproducten, peulvruchten, noten en veel verschillende soorten groenten en fruit.
  4. Mag, in matige hoeveelheden, ook eieren, zuivel, gevogelte en vis bevatten, en kleine hoeveelheden rood vlees.
  5. Houdt bij voorkeur het gebruik van veilig en schoon drinkwater in.
  6. Levert voldoende (d.w.z. niet meer dan wat nodig is) energie en voedingsstoffen om een normale groei en ontwikkeling mogelijk te maken en te voorzien in de behoeften die horen bij een actieve en gezonde levensstijl.
  7. Sluit aan bij de WHO-richtlijnen ter vermindering van het risico van voedingsgerelateerde niet-overdraagbare ziekten, en is bevorderlijk voor de gezondheid en het welzijn van mensen.
  8. Bevat zo weinig mogelijk, of zo mogelijk helemaal geen, ziekteverwekkers, toxines en andere stoffen die door voedsel overgebrachte ziekten kunnen veroorzaken.
  9. Draagt ertoe bij dat de broeikasgasuitstoot, het water- en grondgebruik, de stikstof- en fosforbelasting en de verontreiniging door chemische stoffen binnen de streefwaarden blijft.
  10. Houdt de biodiversiteit, waaronder die van gewassen, vee, uit bossen afkomstige voedingsmiddelen en aquatische genetische hulpbronnen, in stand en gaat overbevissing en overbejaging tegen.
  11. Dringt het gebruik van antibiotica en hormonen in de voedselproductie zoveel mogelijk terug.
  12. Dringt het gebruik van kunststoffen en derivaten bij de verpakking van voedingsmiddelen zoveel mogelijk terug.
  13. Draagt bij aan de reductie van voedselverlies en -verspilling.
  14. Ondersteunt de lokale cultuur, eetgewoonten, kennis en consumptiepatronen, maar ook bestaande waarden over waar men het voedsel vandaan haalt en hoe het wordt geproduceerd en geconsumeerd.
  15. Is bereikbaar en aantrekkelijk.
  16. Gaat negatieve gendergerelateerde effecten tegen, met name wat betreft tijd die opgaat aan bijvoorbeeld het kopen en bereiden van voedsel of het inslaan van water en brandstof.

Het is de bedoeling dat deze uitgangspunten worden vertaald in heldere, niet-technische informatie en boodschappen die door overheden en andere actoren worden gebruikt bij beleidsvorming en voorlichting. De uitgangspunten gaan uit van een holistische bandering van voedingspatronen; ze houden rekening met internationale voedingsaanbevelingen, de milieu-impact van voedselproductie en -consumptie en sociale, culturele en economische aspecten. Landen moeten individueel afwegingen maken op basis van hun situatie en doelstellingen.

Lees meer: