Meta-analyse: eiwitinname en het behoud van mobiliteit bij thuiswonende ouderen

Samenvatting van publicatie door Mendonça et al.

Eiwit speelt een rol bij het behoud van spiermassa bij het ouder worden. Een hogere eiwitinname kan daarom mogelijk het behoud van mobiliteit op latere leeftijd ondersteunen. Een nieuwe meta-analyse heeft data van vier cohort studies geanalyseerd. In deze studies werden 5752 thuiswonende ouderen in Europa en Noord-Amerika voor maximaal 8,5 jaar gevolgd. De onderzoekers keken naar de relatie tussen eiwitinname, loopsnelheid en mobiliteitsbeperking. Ook werd hierbij gekeken naar de interactie met lichamelijke activiteit.

Eiwitinname en loopsnelheid

Deelnemers met een hogere eiwitinname bij de start van de cohort studies hadden een iets hogere loopsnelheid. Uit de analyse bleek ook dat na verloop van tijd een hogere eiwitinname een kleine bescherming gaf tegen de afname van loopsnelheid. Dit verband was dosisafhankelijk. Er bleek hierbij geen interactie te zijn met de mate van lichamelijke activiteit.

Eiwitinname en mobiliteitsbeperking

Onder mobiliteitsbeperking werd zelfgerapporteerde moeite met lopen en moeite met traplopen verstaan. Een inname van ≥ 0,8 g eiwit/kg lichaamsgewicht/dag was geassocieerd met een lagere incidentie van mobiliteitsbeperking. Dit gold voor voor zowel moeite met lopen (> 200 m) als moeite met traplopen.

Een eiwitinname van 0,8-0,99 g/kg/dag gaf een 16% lagere kans op het ontwikkelen van moeite met lopen (vergeleken een eiwitinname van < 0,8 g/kg/d) gedurende de tijd van de studies. Ook hadden deze deelnemers 22% minder kans op het ontwikkelen van moeite met traplopen. Een eiwitinname van 1,0-1,19 g/kg/dag gaf 29% minder kans op het ontwikkelen van moeite met lopen en 24% minder kans op het ontwikkelen van moeite met traplopen. Bij een inname van ≥ 1,2 g/kg/d was dit 31% voor moeite met lopen en 24% voor moeite met traplopen.

In de studie zijn geen associaties gevonden tussen eiwitinname en andere uitkomsten, zoals herstel van inmobiliteit. Dit suggereeert dat een hogere eiwitinname vooral relevant is voor preventie. De onderzoekers benadrukken dat vroegtijdige screening voor een (te) lage eiwitinname belangrijk is.

Conclusie

Uit dit onderzoek blijkt dat een hogere dagelijkse eiwitinname de achteruitgang in mobiliteit kan verminderen. Dit geldt niet alleen voor ouderen met een eiwitinname onder de huidige norm van 0,8 g/kg lichaamsgewicht/dag, maar ook voor ouderen met een hogere eiwitinname. In de studie was geen versterkend effect van eiwitinname en lichamelijke activiteit op het behoud van mobiliteit gevonden.

De onderzoekers benadrukken dat er meer onderzoek nodig is voordat een hogere eiwitnorm voor ouderen vastgesteld kan worden. Een dergelijke hogere eiwitaanbeveling kan namelijk aanzienlijke gevolgen kan hebben voor allerlei maatschappelijke aspecten (bijv. voor de zelfstandig wonende ouderen, de gezondheidszorg en het milieu).

Samenvatting

  • Eiwit speelt een rol bij het behoud van spiermassa bij het ouder worden. Mogelijk kan een hoge(re) eiwitinname het behouden van mobiliteit op latere leeftijd ondersteunen.
  • Een nieuwe meta-analyse heeft data van vier cohort studies genalyseerd. In deze studies werden 5752 thuiswonende ouderen in Europa en Noord-Amerika voor maximaal 8,5 jaar gevolgd.
  • Uit de analyse bleek dat deelnemers met een hogere eiwitinname een iets snellere loopsnelheid hadden en minder kans op mobiliteitsbeperking. Na verloop van tijd bleek een hogere dagelijkse eiwitinname de achteruitgang in loopsnelheid en mobiliteit te verminderen. Dit gold niet alleen voor ouderen met een eiwitinname onder de huidige norm van 0,8 g/kg lichaamsgewicht/dag, maar ook voor ouderen met een hogere eiwitinname.

Lees meer: